|
Timen Swiers, de hekkensluiter van een schippers- en zeeliedenfamilie van eeuwen her............ Over zijn jeugdjaren op Schiermonnikoog is verteld in het verhaal over Derk Swiers, zijn vader. Op de pasfoto links is hij ongeveer 34, rechts ongeveer 51
jaar. Na de opleiding van 1906 tot 1910 aan de zeevaartschool op
Schiermonnikoog werd Timen 3e,
2e en tenslotte 1e stuurman. Hij was in die periode in dienst van de
Rotterdamsche Lloyd.
De diploma's van derde en tweede stuurman en een groter
exemplaar van dit diploma staan
hier !
brief van Timen:
Precies een jaar nadat Timen zijn eerste stuurmansgraad behaalde en tevens de eerste wereldoorlog in 1918 ten einde was, trouwde hij op 19 december 1918 in de stad Groningen met Aaltje Valk, een Delfzijlster, die gediplomeerd verpleegster was in het toenmalige Algemeen Provinciaal Stads- en Academisch Ziekenhuis (APSAZ) te Groningen. Recht boven de oude ingangspoort van het ziekenhuis aan de Oostersingel had Aaltje in hun verlovingstijd haar kamer. Timen heeft bij diezelfde poort vaak op haar staan wachten !
Haar ziekenhuisboekje staat hier !
Na de jaren bij de Rotterdamsche Lloyd werd Timen als kapitein
aangesteld bij de grote handelsvaart, de zogenaamde 'wilde vaart'- zonder vaste
routes - van de SSM (Scheepvaart en Steenkolen Maatschappij) te Rotterdam. In het begin van de oorlogsjaren 1940-’45 werd Timen eerst
nog een
tijdlang gedwongen om onder gezag van de Duitse bezetter te varen. Daarna zat hij
met wachtgeld thuis in Schiedam, dicht bij de havens. Als nakomertje in het
gezin van vijf kinderen, ben ik daardoor de enige geweest die vader thuis veel
heeft meegemaakt. Vandaar misschien, dat ik na zijn overlijden nog vele jaren
ontroerd ben geweest wanneer er op de televisie maar een glimp van beelden van
schepen of havens te zien was. distributie-stamkaart van moeder:
Na de oorlog vroeg vader, toen ruim 58 jaar oud, al snel een nieuw paspoort
aan, zie
hier ! Toen de levensomstandigheden na de oorlog eindelijk weer
normaler werden, mocht vader mij graag verwennen. Moest ik een nieuwe
jurk, dan wilde ik die graag met hém gaan kopen, want 't was gebeurd dat ik twee
jurkjes erg mooi vond en moeite had om er eentje uit te kiezen. Geen nood, hij
kocht ze allebei ! Een tasje dat ik ook eens met hem kocht, moest van hem
beslist van zuiver leer zijn.... Op 60-jarige leeftijd gingen scheepskapiteins met pensioen. Zo ook Timen. Wel werkte hij daarna nog een tijdlang als afloskapitein en maakte reisjes naar Ierland voor rederij Hudig en Veder te Rotterdam. Hij was gezagvoerder op coasters zoals de Carpo, Tyro en Echo. Maar de verre reizen rondom Kaap Hoorn behoorden voor Timen voorgoed tot het verleden... Eén keer mocht ik mee met de Tyro, die van Amsterdam naar Rotterdam gebracht moest worden. Toen mijn vader op de commandobrug door de scheepshoorn ‘voor en achter los !’ riep en het schip op sonore toon het vertreksein liet horen, was ik erg trots op hem.
’t Was de enige ‘zeereis’ die ik in mijn leven heb gemaakt, en ‘t werd letterlijk en figuurlijk een veelbewogen gebeurtenis. Het ging die dag namelijk spoken op zee, zoals mijn vader altijd van storm zei. En ook al zegt men dat een coaster alleen maar langs kustgebieden vaart, de golven leken kilometers hoog en diep. Ik werd dan ook erg zeeziek. Mijn vader werd er niet anders van en zag er net zo rustig ontspannen uit als aan de vaste wal. Hij zal in zijn element geweest zijn... Op een gegeven moment zag, in de kajuit van mijn vader, de steward - welke functie hij
precies op deze coaster had weet ik niet, maar mijn vader noemde hem zo - dat ik
op ’t punt stond te gaan overgeven . Hij riep ‘...niet op het kleed !’ Gelukkig
kon ik er nog net voor zorgen, dat alleen de donkergebeitste houten vloer naast
het kleed vuil werd....
Aan boord had ik voor het vertrek een gesprekje met een van de
matrozen, die aan dek een sigaretje zat te roken. Hij wist dat ‘de Ouwe’ mijn
vader was en zei aan ’t slot van ons gesprekje de voor mij legendarische en o zo
ware woorden: “de Ouwe is een goed mens !” De aflosreizen die Timen naar Ierland maakte waren natuurlijk niet te vergelijken met de langdurige reizen van de grote handelsvaart. Toch viel het gezagvoerder-zijn hem na de oorlogsjaren zwaarder. Zijn conditie was er natuurlijk door de oorlog en vooral door de hongerwinter niet beter op geworden. Zo liep ik een keer met hem op de Rotterdamschedijk in Schiedam, kort voordat hij weer als afloskapitein zou vertrekken. Tot mijn verbazing liep hij opeens naar de stoeprand omdat hij dacht te moeten overgeven. ‘Niet op ‘t kleed !’ flitste het door me heen. Hij wilde er niet over praten. Zich ziek melden ? Geen denken aan ! Wanneer hij voor een reis afscheid van ons nam en naar de haven
liep, stonden we
altijd voor het raam om hem na te zwaaien, maar hij keek niet meer om. Steevast mopperde mijn moeder dan:
‘Kijk nou toch ! Die man dènkt helemaal niet meer aan ons ! In zijn gedachten
staat hij al op het schip! ’ Haar stem klonk niet boos. Ze had er begrip voor.
Zonder het me te realiseren moet ik van hem ooit het volkslied
van Schiermonnikoog hebben geleerd, althans de melodie herkende ik tot mijn
verbazing meteen toen ik het lied een keer hoorde. Een ontroerend moment ! Eén keer was vader in de gelegenheid om op de middelbare school bij mijn leraar aardrijkskunde naar mijn vorderingen te informeren. De leraar vertelde hem dat ik het wel kon, maar er met de pet naar gooide..... Breeduit lachend vertelde hij dit later thuis... en natuurlijk ben ik toen met die pet blijven gooien...........! Vader Timen was namelijk dol op spreekwoorden, sterker nog, zijn gesprekken waren altijd doorspekt met uitdrukkingen zoals ‘de kop in de wind gooien’, ‘het loopt de spijgaten uit’ - met de nadruk op ‘spij’ - , ‘van dik hout zaagt men planken’, ‘de wind eronder hebben’, ‘geld over de balk gooien’ of ‘onder zeil gaan’.... Ook ‘Jan met de pet’ kwam geregeld ter sprake evenals ‘Jan Boezeroen’. Vader ‘nam geen blad voor de mond’, dat mag duidelijk zijn.
Na Timen, die in 1964 in Groningen is overleden, hebben zich in de familie Swiers geen zeelieden meer gemeld. Het lijkt er nu dus echt op, dat na het zeemanschap van Timen een einde is gekomen aan een eeuwenlang familieverhaal van de steeds terugkerende aantrekkingskracht van het water. Wat blijft zijn dierbare herinneringen, foto's, wat
documenten, en een enkele naam in
een scheepvaartmuseum........
|
||