|
DANKJEWEL GRONINGERS !!!
Menig Rotterdammertje, van honger bijna dood, vertrok naar ’t hoge noorden, naar het land van melk en brood. In die hongerwinter van het laatste oorlogsjaar stonden trouwe Groningers voor hen met eten klaar.
Ach, die arme kinderen, zo magertjes en bleek, voelden zich zó ver van huis. Wat waren ze van streek ! Maar al snel begrepen ze: in Groningen is ’t fijn !!! Hier is de oorlog heel ver weg; ’t kon hier wel vréde zijn.
Ze knapten zienderogen op, en werden goed verwend. Want Groningers doen àlles goed. Daar staan ze om bekend ! Ook ik was Rotterdammertje, een kind van amper tien. Toch heb ik ondanks oorlogstijd dat jaar veel moois gezien.
Ik was gelukkig ! Nooit meer bang ! Wat vloog dat jaar voorbij… en wat beleefde ik toch veel, daar op die boerderij… Wat leerde ik goed Gronings: een konijn werd dus een ‘knien’, en peentjes werden ‘worrels’, krootjes ‘baitn’, pijn was ‘pien’ !
Maar….in Rotterdam terug - wat vónden we dat raar – zei iedereen weer ‘peentjes’, tja, zo noemen ze dat daar… Groningers bedanken is het doel van dit gedicht, met tot slot een warme groet van jullie ‘lutje wicht’ ! ‘Jopie’
|
De boerderij te Sint Annen (prov. Groningen)
